Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid
Onderstaande tabel geeft weer welke respons nodig is om generaliseerbare uitspraken te kunnen doen voor de gehele populatie op baisi van 95% betrouwbaarheid. Wilt u bijvoorbeeld iets kunnen zeggen over alle 800 6 tot 12 jarigen, dan heeft u tenminste 260 enquêteformulieren van deze groep nodig om te mogen spreken van een representatieve uitslag.
Representatief wil hierbij zeggen dat in de steekproef dezelfde verhoudingen aanwezig zijn als in de populatie ten aanzien van bijvoorbeeld gedrag, geslacht, etniciteit, leeftijdscategorie, buurt etc.
Tabel 1: Voor 95% betrouwbaarheid en 95% nauwkeurigheid:
|
populatie |
benodigde netto respons |
populatie |
benodigde netto respons |
|
100 |
80 |
|
|
|
150 |
108 |
1.200 |
292 |
|
200 |
132 |
1.400 |
302 |
|
250 |
152 |
1.600 |
310 |
|
300 |
169 |
1.800 |
317 |
|
350 |
184 |
2.000 |
323 |
|
400 |
196 |
3.000 |
341 |
|
450 |
208 |
4.000 |
351 |
|
500 |
218 |
5.000 |
357 |
|
600 |
235 |
6.000 |
362 |
|
700 |
249 |
7.000 |
365 |
|
800 |
260 |
8.000 |
367 |
|
900 |
270 |
9.000 |
369 |
|
1.000 |
278 |
10.000 |
370 |
Wanneer ook voor deelpopulaties generaliseerbare uitspraken gewenst zijn, geldt dezelfde berekenwijze in principe voor iedere deelpopulatie, hoewel er ook voor kan worden gekozen hiervoor minder strenge criteria aan te houden. Op zijn minst dient iedere cel voldoende gevuld te zijn, dat wil zeggen gemiddeld minimaal 50 waarnemingen per cel.

